Lam

Als we met onze laarzen aan en haarnetjes op door de plastic lamellen de slachtruimte binnen gaan, staan we meteen oog in oog met een aantal koeienkoppen en slaat de twijfel toe. Kan ik dit wel? Wil ik dit wel? Het lijkt serious business te gaan worden. Niet alleen voor mij als vegetariër, maar ook voor vleeseters David en Tim. Terwijl op de achtergrond de gezellige klanken van radio Texel door de boxen galmen, zie ik ze allebei wit wegtrekken en wordt er minutenlang geen woord gesproken.
We zaten net nog in de kleine kantine van de slachterij. De vijf slachters waren klaar met hun lunch en er werden ons nog een aantal zaken over het slachtproces uitgelegd. Onze gedachten waren er nauwelijks bij. Het grote moment zat eraan te komen. Een avontuur, natuurlijk. We hadden een kip geslacht, dus dit konden we ook heus wel. We wisten ook dat dit geen lief huppelend lammetje zou worden, maar een schaap van een jaar oud, dat het toch iets beter behapbaar maakte. Maar tegelijkertijd werd dit wel ons eerste zoogdier, ons eerste grote dier.
We lopen door een tweede deur de echte slachtruimte binnen. Linksachter in de hoek zien we de jonge schapen al staan. Een stuk of vijftien, op elkaar gepakt, rustig om elkaar heen lopend. Links daarvan direct het confronterende beeld van twee aan hun poten hangende dieren, waarvan het bloed uit de hals druppelt. Daarnaast een grote tafel met daarop een half uitgekleed lam, dat slachter Cor met veel souplesse aan het villen is.
We lopen alle drie direct door naar de nog levende lammeren. We willen contact maken, hun aanwezigheid voelen. Ze zien er niet onrustig of bang uit, maar kun je dat ook echt waarnemen? Cor vertelt dat schapen zich prima voelen zolang ze zich in een kudde begeven. Het schaap dat als laatst geslacht zal worden zal dus wel degelijk angstig zijn, maar dat hoort er blijkbaar bij. Hij vertelt met respect over de dieren en legt uit hoe hij ze zo diervriendelijk mogelijk dood maakt: met een pin uit een pistool wordt het dier buiten bewustzijn gebracht, waarna de keel wordt doorgesneden.
We wilden met dit project zien of we de dieren die we willen eten ook echt zelf kunnen slachten. Met onze volle aandacht, het dier eerst in de ogen aankijkend. Is er nog wel tijd voor dat moment van bezinning? Op dat moment schalt ‘Hiekikkowokan’ van Normaal door de boxen. De slachters kijken ons vrolijk aan. Stadsmietjes. Na een korte demonstratie van Cor is Tim de eerste die het pistool in zijn handen krijgt. Hij kijkt naar het lam en schiet de pin op de goede plek, tussen de oren en de ogen. Het bedwelmde dier valt direct op de grond. Daarna krijgt het lam twee kettingen om zijn achterpoten, wordt het snel omhoog getakeld en snijdt Tim onder begeleiding van Cor de keel van het lam door. Van dier naar vlees in luttele seconden.
De gedachten en gevoelens schieten door mijn lichaam. Kan ik dit ook? Wil ik dit ook? Nadat David zijn lam ook heeft geslacht, besluit ik mij over alle gedachtes heen te zetten. Ik ga door mijn knieën, pak het lam voorzichtig bij zijn kop en probeer ‘m aan te kijken. Een lief gezicht, een onschuldig dier. Weer twijfel…waarom in hemelsnaam? En toch doe ik het. Het warme bloed vloeit over mijn handen als ik de keel doorsnijd.
Een paar weken later eten we David’s lam op, samen met een grote groep vrienden van het Slachtpaspoort. Tijdens een sunday roast wordt het lam onder begeleiding van een kok aan een spit geroosterd. Het weer is fantastisch, de sfeer is goed en het lam smaakt lekker. Een van de bezoekers legt een hand op mijn schouder: “Ik zou dat echt nooit kunnen, een dier slachten”.
Lees meer over ons project in het boek Slachtpaspoort.
