Varken

De varkens stonden buiten in de motregen, in een omheind stuk van de binnenplaats. Vooraf had ik me afgevraagd of het me zou emotioneren om een varken te doden, meer dan bij andere dieren. Het zijn immers toch intelligentere beesten dan bijvoorbeeld schapen. Schapen waren er trouwens ook; ze stonden stilletjes te wachten in de hoek van de binnenplaats. Bij de varkens was het verre van stil. Heen en weer en door elkaar lopend, duwden ze elkaar voortdurend weg of vielen elkaar gillend aan om hun plek te verdedigen. Het ging er af en toe hard aan toe. Veel van de varkens hadden krassen en wonden. Eéntje liep met een bloedende poot. Op de betonnen vloer waar ze stonden lag bloed vermengd met regenwater.
Voordat de varkens werden geslacht, waren de schapen aan de beurt. Ik realiseerde me dat ik vooralsnog niets anders voelde bij de varkens dan toen ik een lam slachtte. Zou het gewenning zijn? Is het omdat we hier al een tijdje rondlopen en het scherpe randje er zo een beetje vanaf is? Of is het varken, net als een kip of een kreeft, gewoon een ander dier dat ik zal gaan slachten?
Wanneer we in de kantine een boterham eten, horen we de varkens gillen; het slachten zal begonnen zijn. We haasten ons meteen de slachtruimte in. De varkens gillen omdat ze worden binnengeleid, ze wurmen zich langs elkaar en lijken net als buiten met hun geluid vooral aan te willen geven dat anderen afstand moeten houden. Dat ze er snel langs willen en verder met rust gelaten willen worden.
Terwijl de slachters bezig zijn de laatste schapen uit te benen, richt ik me op de varkens om me verder voor te bereiden. Ze staan in een omheind deel van de slachtruimte. Het zijn er een paar, de eerste helft van de groep; bij de tweede groep zit straks ‘ons’ varken. De dieren scharrelen rustig rond, veel rustiger dan buiten. Ik kijk toe hoe het eerste varken gedood wordt. Het dier geeft geen krimp en gilt niet. Vooral dat gillen was iets waar ik me vooraf zorgen over maakte. De wachtende varkens zijn allemaal opvallend rustig. Ze lopen wat rond en snuffelen wat aan het bloed op de vloer. Zouden ze weten wat er gaat komen? Is het berusting? Zijn ze geïntimideerd? Of hebben ze gewoon meer persoonlijke ruimte in dit wachthokje? Óf zoek ik nu een spiegel voor mijn eigen emoties in deze dieren? Als ik er later met buitenstaanders over praat, is men vaak verbaasd dat de overige dieren niet reageren op het onder hun ogen gedood worden van een soortgenoot. Zouden alleen mensen een zo dramatisch besef van de dood hebben?
Als de tweede groep varkens binnen is, mogen wij. Ik probeer alle handelingen zo snel en zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Ik heb goed gekeken bij het doden van de vorige groep varkens, en denk alle stappen tot in detail te kennen. Na de stroomstoot hang je de elektrische verdover bijvoorbeeld terug op de dranger van de deur en ik moet het blauwe mes uit de messenbak met heet water gebruiken. Die elektrische verdover is een soort grote tang waarmee het varken eerst een korte stroomstoot op de kop krijgt zodat het verlamd neervalt. Daarna wordt het dier met een tweede, langere stroomstoot volledig verdoofd. Er klinkt een pieptoon als dit gebeurd is. Die toon maakt het een soort zakelijke transactie, alsof het apparaat de verantwoordelijkheid op zich neemt.
Herman staat naast me om mij en het varken te begeleiden. Hij hijst het varken aan een poot op en wijst me waar ik het mes, een soort zwaard met twee snijkanten, moet steken. Schuin omhoog in de keel weet ik nog, en het lukt meteen. Het bloed stroomt met een dikke straal in een boog in een metalen bak. Herman vraagt of ik er nog een wil doen. Ik aarzel. Ik heb het nu toch gedaan? De missie is geslaagd. Vanaf nu kan ik het beter aan de vakman overlaten. Aan de andere kant, het verliep vlekkeloos. Van onnodig leed was écht geen sprake. En misschien ging het wel zó snel dat er niet eens foto’s van gemaakt konden worden. Dan is het niet vastgelegd. Na enig aarzeling stem ik dan toch in. De tweede keer gaat het verdoven snel, maar met de messteek ga ik te schuin en raak ik de slagader niet. Vertwijfeld kijk ik naar Herman. Ik geef hem het mes en hij maakt het af.
Wat ging er verkeerd? Was het overmoed? Bewijsdrang? Of misschien dacht ik opeens toch iets te gemakkelijk over het doden van een dier. Later zegt Herman dat het niet erg was, omdat het varken door de verdoving niets voelt. Maar het zit het me toch niet helemaal lekker.
Lees meer over ons project in het boek Slachtpaspoort.
