Eend

Al vrij snel hadden we een jager gevonden die ons wilde bijstaan, maar eerst leek het ons een goed idee om te oefenen door kleiduiven te gaan schieten. Dit bracht ons te vroeg in de ochtend ergens in Flevoland en na een bak straffe koffie stonden we met een jachtgeweer te mikken op fluorescerende schijfjes. Aan de ene kant best comfortabel omdat we nog niets hoefde te doden, en tegelijkertijd niet echt comfortabel omdat we best moesten wennen aan zo’n wapen in onze handen.

Na zo’n zestig procent van de schijfjes geraakt te hebben konden we met redelijk vertrouwen in onze schietkunsten naar de jager. Toen de dag was aangebroken, merkten we dat onze verwachtingen totaal niet klopten. Wij waren ervan uit gegaan dat we van weiland naar weiland zouden lopen, fierljeppend over de sloten en dan zo af en toe een eend tegenkomend. Maar nee hoor: we stapten in een grote groene oude 4x4 en reden door de polder op zoek naar slootjes waar we eenden in zagen liggen. En daar, wanneer we dan de auto uitstapten als we er een paar gespot hadden, begon het avontuur.

Ik mocht als eerste en ik had er zin in. Onze jager legde me uit dat we met een boog om de sloot moesten lopen, zodat we haaks op de sloot uit zouden komen, hopelijk ter hoogte van waar de eenden in het water lagen. Ik sloop op een onwetende manier achter hem en de hond aan; pas de laatste meters moest ik alleen met geweer naar de sloot sluipen. Ik was duidelijk gebrieft, dicht bij de sloot zouden ze wegvliegen en dat was mijn moment. Met mijn hart kloppend in m’n keel sloop ik naar de sloot, en het gebeurde: wel twintig eenden vlogen weg! Ik richtte het geweer, bedacht me wat nu ook alweer, tot ik uiteindelijk achter mij hoorde: “Schieten, schieten!”. Veel te laat schoot ik één keer, over de tweede kogel dacht ik niet eens na. Ik zag de teleurstelling op het gezicht van de jager, maar hij bleef lief en gaf aan dat je het zo toch moet leren.

David was aan de beurt. Er was nog iets dat we ons niet gerealiseerd hadden, en dat is dat als je een geweer af laat gaan, alle eenden in een radius van zo’n drie kilometer wegvliegen. Met andere woorden, zoveel kansen hebben we niet, want het jachtgebied van de jager is niet onbeperkt. (Een jager pacht grond van boeren en andere grondbezitters; relaties die hem dierbaar zijn uiteraard. In het geval van onze jager betekent dit dat hij de verpachters op allerlei manieren ondersteunt, zoals bijvoorbeeld met het verwijderen van mollen). Dus voor Davids eerste kans was het direct al flink zoeken. Uiteindelijk vonden we er een paar, maar op een vrij lastige plek, dus voordat David kon schieten waren ze in dit geval letterlijk buiten schot. De teleurstelling op Davids gezicht sprak boekdelen...

Hierna kregen we beide nog één kans, meer niet, want rond half 11 verplaatsen de eenden zich vanuit de sloot naar het land: dan zien ze je direct aankomen en kun je het vergeten. Beide keren lag het zeer zeker niet aan onze motivatie, maar je raadt het al: allebei mis. Ook dit moment vierden onze ego’s geen hoogtij. Gelukkig besloot de jager om nog één keer zelf z’n kans te grijpen, en jawel: pang-pang, twee eenden uit de lucht. Hierdoor konden we gelijk de hond in actie zien. Indrukwekkend hoe zo’n dier hier echt voor leeft. Sowieso mooi om de bewegingen en discipline van het beest te zien. De eenden die aan de overkant van de sloot lagen, had hij binnen no-time aan de voeten van de jager gebracht zonder de eenden verder te beschadigen.

Het was dan misschien wel een beetje confronterend om te zien hoe makkelijk het voor de jager was om de twee eenden te schieten; het voordeel was dat hij ons nu kon leren de eenden te plukken en schoon te maken. Hierbij kregen we onze mannelijkheid weer een klein beetje terug. Het was een heftige klus om zo’n eend schoon te maken, maar het ging goed! En uiteindelijk lagen er twee ready-to-cook eenden op het aanrecht. Klein nadeel: we hadden nog geen eend gedood, dus we konden er verder niets mee. Gelukkig mochten we de week erna nog een keer mee. De druk was hoog, want het jachtseizoen was op een halve week na afgelopen, dus dit was wel echt de allerlaatste kans. 

Zaterdagochtend vroeg gingen David en ik weer naar de polder. Daniël had de eerste sessie al besloten niet mee te doen met het eenden schieten. Hij heeft moeite met de jacht, wat ik eigenlijk best goed begrijp. Maar David en ik eigenlijk dus juist niet. Ik vind een eend doden minder zielig dan een kip slachten. Een eend heeft een normaal leven tot op de laatste minuut, maar een kip wordt geboren om vlees te worden en heeft daarom een minder natuurlijk leven. Daarnaast zijn er door de jachtseizoenen ook niet te veel of te weinig eenden. Zielig blijft het wel, maar toch minder?

Enfin, de tweede zaterdag waren we tot op het bot gemotiveerd weer bij onze jager. Hij is fantastisch, als gezegd, maar deze keer omdat hij goed had nagedacht hoe hij onze kansen zo groot mogelijk kon maken. Hij had een tweede jager uitgenodigd, wat voor ons dus een tweede jachtgeweer betekende! Nu gingen David en ik met 50 meter tussen ons, naast elkaar sluipend richting sloot. Vlakbij de sloot vloog er een eend recht voor mijn loop weg. Ik mik, snel dit keer, ik wil schieten…: NIKS! Veiligheidspal nog op het geweer. Nu werd het echt spannend: zou het nog lukken? Ja dus, want de tweede poging liep ik nog wat verder bij David en de jagers vandaan. Samen slopen we weer naar de sloot, precies tussen ons in vloog er één eend uit de sloot. Als een professionele jager drukte ik het geweer tegen mijn schouder, ik keek langs de loop, mikte, en pang! En ik geloofde het bijna niet: ik zag de eend naar beneden vallen. Gelukt!

Dit was wel meteen het moment dat ik het zielig vond, voor het eerst, best gek. Maar ik probeerde er niet aan te denken en besloot me te focussen op de euforie. Ik draaide me om richting David en de jagers, en snapte niet wat ik zag: de jagers die aan het highfiven waren met David!? Ik liep naar David, en zei dat ík die eend toch neergeschoten had? David vond me grappig en lachte. Maar ik bleef volhouden, waardoor er verwarring ontstond. De jagers waren ervan overtuigd dat maar één persoon geschoten had. Maar niets bleek minder waar: na het checken van de geweren, bleek dat we beide exact tegelijkertijd hadden geschoten! We hadden dus samen één eend afgeschoten! We hebben besloten dat het goed was zo. 

Mijn Anne was niet zo blij, toen ik later op die dag ruimte vrij maakte in de koelkast om een vuilniszak met twee dode eenden kwijt te kunnen. Maar met de belofte dat ze mee mocht eten als David er wat lekkers van zou maken, was ze om. Tijdens het diner was het Anne die een kogel in haar stuk eendenborst vond. Geen tandarts nodig, gelukkig. 

Lees meer over ons project in het boek Slachtpaspoort.